Tijdslijnen

In deze tijd begonnen groepen nomadische jager-verzamelaars gewassen zoals maïs, bonen en avocado's te verbouwen en dieren zoals honden en kalkoenen te houden. Jagen en vissen werden echter niet opgegeven en bleven een belangrijke rol spelen in het leven van de Midden-Amerikaanse volken. Het verbouwen van planten en het houden van dieren leidden ertoe dat men zich ging vestigen. Van het eind van de archaïsche periode tot het begin van de preklassieke periode ontstonden de eerste nederzettingen, bestaande uit groepen hutten van vergankelijk materiaal. In diezelfde tijd ontwikkelden zich religieuze concepten en culten die samen met de materiële cultuur de basis hebben gelegd voor de latere Midden-Amerikaanse beschaving.

De preklassieke of formatieve periode was de bloeitijd van de oudste Midden- Amerikaanse cultuur, die bekend staat als de Olmeekse beschaving. Het was de tijd van de eerste nederzettingen. In de tropische laaglanden lang de Golf van Mexico werden de eerste ceremoniële centra gebouwd - stenen bouwwerken met een piramidale structuur. In de Olmeekse samenleving ontstond een centralistische, religieus-politieke machtsstructuur. De Olmeken ontwikkelden verschillende vormen van kunstzinnige expressie, waaronder monumentale beeldbouwwerken en keramiek. De laatste was waarschijnlijk overgekomen uit Zuid-Amerika. Het culturele erfgoed van de Olmeken werd geleidelijk overgenomen door alle andere Midden-Amerikaanse culturen. 

Rond 600 v.Chr. werd een belangrijk centrum gesticht in de streek van Oaxaca: Monte Albán, dat nu beschouwd wordt als de hoofdstad van de Zapoteekse beschaving. Deze beschaving, waarvan de oudste vormen sterk beïnvloed zijn door de Olmeekse cultuur, heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van Oaxaca en, vrijwel zeker, aan de verspreiding van bepaalde cultuurelementen in Midden-Amerika, zoals het schrift, kennis van wiskunde en de kalender. Vanaf circa 800 n.Chr. begon de macht van de stad af te nemen en moest Oaxaca de tol van 'hoofdstad' afstaan aan Mitla, een stad die ontstond uit een versmelting van de Zapoteekse en Mixteekse cultuur. 

In de late preklassieke periode ontstonden in Midden-Mexico twee belangrijke centra: Cuicuilco en Teotihuacán. Het eerste, dat gekenmerkt werd door ronde platforms, werd rond 100 n.Chr. verwoest door een vulkaanuitbarsting. Vanaf dat moment nam Teotihuacán de overheersende rol in het gebied over. Het ontwikkelde zich van een kleine, landelijke nederzetting tot een stedelijk centrum van indrukwekkende grootte verrijkt met prestigieuze godsdienstige monumenten die gebouwd werden vanaf circa 250 n.Chr. Teotihuacán werd waarschijnlijk het belangrijkste centrum va de cultus van de god Tláloc en van de Gevederde Slang. In 725 n.Chr. werd de stad verwoest door brand en in 900 n.Chr. werd Teotihuacán definitief verlaten. 

In de klassieke periode werd de belangrijkste beschaving ontwikkeld in Veracruz (aan de kust van de Golf). Deze beschaving werd El Tajín genoemd, naar het belangrijkste ceremoniële centrum. in El Tajín zijn talrijke balspeelvelden gevonden, meer dan waar ook in Midden-Amerika. De intensieve beoefening van deze rituele sport heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de ontwikkeling van een cultuur waarvan vele aspecten nog steeds onduidelijk zijn.  Er is nog steeds geen zekerheid over de naam van het volk dat eeuwenlang in het gebied heeft geleefd; de beste veronderstelling is dat het ging om de Totonaken, die aan het eind van de klassieke periode werden opgevolgd door de Huasteken. Deze laatsten werden weer overvleugeld door de Azteken.

Voor haar geboorte heeft de Maya-beschaving, die beschouwd wordt als de grootste van het pre-Columbiaanse Midden-Amerika, gebruikgemaakt van de cultuur van de Olmeken, de Zapoteken en waarschijnlijk ook die van Teotihuacán. De Maya, die deze culturele invloeden hebben ontwikkeld vanaf de protoklassieke periode (200 v.Chr-250 n.Chr.), stichtten in het hoogland de ceremoniële centra Tres Zapotes, Izapá en Kaminaljuyú. In dit geografische gebied hebben ze hun monumentale beeldhouwwerk, hun schrift en hun kalenderberekeningen ontwikkeld. De Maya-beschaving van de klassieke periode (250-950 n.Chr.) floreerde in de laaggelegen gebieden. De oude ceremoniële centra veranderen in machtige en goed georganiseerde stadstaten. Om nog steeds onbekende redenen zijn deze steden vroeg in de postklassieke periode (950-1200 n.Chr.) verlaten en in verval geraakt. De centra van Yucatán genoten een periode van sterke ontwikkeling onder de culturele en militaire invloed van een nieuwe groep, de Tolteken.

De vroege postklassieke periode (950-1250 n.Chr.) valt samen met een tijd van grote beroering in het Midden-Amerikaanse culturele gebieden: groepen mensen uit het noorden van Mexico onderwierpen de culturen die in de klassieke periode hadden geheerst en vestigden nieuwe militaire regimes en nieuwe religieuze culten. De Tolteken, bijvoorbeeld, stichten hun hoofdstad in Tula en overheerste de Maya-volken. Vanaf 1000 n.Chr. was Chichén Itzá de machtigste stad.  Dit bleef zo tot circa 1250 toen deze rol werd overgenomen door de stad Mayapán. Verzwakt door de onderlinge machtsstrijd tussen de groepen en de rivaliserende steden werden de Quiché-Maya's defenitief verslagen door de Spaanse indringers bij de Slag van Utatlán in 1524.

Na de invasie vanuit het noorden van Mexico nam een groep Nahuatl sprekende mensen bezit van de oevers van het Texcocomeer en stichtte op een eiland Tenochtitlán, dat hun hoofdstad zou worden. Ze noemden zich Mexica, maar kregen later van andere de naam 'Azteken'. Deze naam was afgeleid van het mythische Áztlán', het 'Witte Eiland'. waar het nieuwe volk volgens de overlevering vandaan kwam. Binnen korte tijd onderwierpen de Azteken alle omringende landen en stichtten ze een rijk waarvan de enorme macht gebaseerd was op de samenwerking tussen de steden Tenochtitlán, Tlatelolco en Tacuba. Vanaf ongeveer 1500 bereikte het Azteekse rijk onder Montezuma II het hoogtepunt van zijn politieke en militaire expansie, maar midden in deze bloei werd het in 1519 veroverd door de Spaanse conquistadores. Hernán Cortés liet Montezuma II in 1521 vermoorden en Tenochtitlán en alle volken van het Azteekse rijk kwamen onder het bewind van de Spaanse koningen.

 

verder naar Mayaschrift